Opkomend verzet zonder steun Londen

Het opkomend verzet in Nederland wist met moed, vindingrijkheid, veerkracht en saamhorigheid onder zeer moeilijke omstandigheden indrukwekkend werk te verrichten zonder steun van de uitgeweken Nederlandse regering in Londen. Goed functionerende wegen kwamen tenslotte vanuit bezet Nederland tot stand en niet vanuit Engeland. Dit moest verborgen blijven, want het was een blamage voor de Nederlandse overheid.

De solidariteit in Londen was ver te zoeken. Op een klein leefgebied werd inefficiënt gewerkt en er woedde een flink aantal conflicten en intriges mede door het ontbreken van de parlementaire controle en pers. Door het nalaten van een leave-behind organisatie was er een gebrekkige communicatie en de uitgeweken Nederlandse regering was afhankelijk van de goodwill en expertise van de Britse geheime diensten.

Alle pogingen om vanuit Engeland een inlichtingendienst goed te organiseren, mislukten en het verzet in Nederland liep extra gevaar door gebrekkige communicatie en onnodige risico’s. Wat volgde, waren extreem veel arrestaties en executies.

Binnen, tussen en om de Nederlandse en Britse geheime diensten ontstonden allerlei conflicten. Hierdoor kwamen verbindingen zeer moeizaam en schaars tot stand en waren van tijdelijke aard mede door de akelige machtssfeer en rivaliteit. Na de oorlog liep het slecht af met zij die een boekje open deden over de emigrantenkliek in Londen.

De strijd tegen de Duitsers was afgelopen, maar de oorlog liep gewoon door na 1945 en er speelden zich ongekende taferelen af. Er vonden afrekeningen plaats, feiten werden bewust verdraaid of toegeschreven aan anderen.

De Nederlandse regering speelde hierin een belangrijke rol. Onderzoekers werden gedwongen hun onderzoek te stoppen. Verslagen en rapporten verdwenen. Politieke motieven speelden een rol.

Wie schreef de geschiedenis over de bezetting in Nederland?

Frits ontving als individu niet de erkenning die hem eigenlijk toekwam. Niet historische feiten, maar politieke motieven bepaalden erkenning. Het oorlogsverleden van Nederland was verstrengeld geraakt met traditionele politiek-maatschappelijke strijdpunten en het was van belang voor het creëren en behouden van een nationale eenheid geen nadruk te leggen op de individuele ervaringen.

Veel verzetsstrijders gaven voor het vaderland hun leven, zonder hiervoor de juiste erkenning van de Nederlandse overheid te krijgen. Hun verhaal is nooit verteld.

Het gaf de Nederlandse overheid de gelegenheid om de eigen verantwoordelijkheden voor een groot deel onbesproken te laten zoals, het falen van de vooroorlogse en uitgeweken Nederlandse regering, ingrijpen van koningin Wilhelmina in de geheime diensten, het opkomend verzet, de structurele passiviteit van de rechts militaire Ordedienst (OD), het Englandspiel, het politieke conflict Zwitserse Weg etc.

Praten had gevolgen en er ontstond een zwijgcultuur. In die sfeer vond de Parlementaire Enquête Regeringsbeleid (PEC) 1940-1945 plaats. Op het hele terrein van het inlichtingenwerk was de regering ernstig tekortgeschoten, zo vond de commissie, PEC. Bron: boek Tulpen voor Wilhelmina, auteur Agnes Dessing, pagina 334.

De passieve Ordedienst streek alle eer op

Frits zijn nuttige en fantastische dingen werden na de oorlog toegeëigend door de aanvankelijk passieve Ordedienst, om vervolgens toe te schrijven aan het OD-lid kapitein dr. J.M. Somer, die het prototype van de Ordedienst was en een afwachtende houding aannam. Toen de OD het besef kreeg dat de Duitsers voorlopig niet vrijwillig Nederland zouden verlaten, zat de organisatie met lege handen en maakte volop gebruik van het actieve verzetswerk van andere zelfstandige verzetsorganisaties, die ze na de oorlog lieten opgaan in de Ordedienst.

Het verschil tussen actief en passief verzet kon niet groter zijn. De verzetslieden riskeerden hun eigen leven, de OD keek van op veilige afstand louter toe.

Frits was veel realistischer dan de OD en zijn actieve verzetsdoel stond lijnrecht tegenover het originele passieve doel van de OD, dat inhield: pas in actie komen bij vertrek van de bezetter en de orde te handhaven bij een machtsvacuüm.

Om na de oorlog het prestige van de Nederlandse Ordedienst op te krikken, werd het moedige werk van de verzetsstrijders toegeschreven aan de OD. Personen die geen enkele binding met de OD hadden, er zelfs geen lid van waren, liet men ongevraagd en na de feiten in de organisatie opgaan.

Mijn wantrouwen was gewekt en werd verder aangewakkerd door de rijksambtenaar dr. Loe de Jong, die zijn standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog steunde op een nationale consensus en baseerde zijn werk op aannames uit getuigenverhoren PEC 1940-1945, waaronder het verhoor van het OD-lid Somer. De PEC is een discutabele historische bron, waarbij de mogelijkheden tot weglatingen, verdraaiingen en manipulaties voor de hand lagen.

Dr. Loe de Jong zijn werk domineerde decennialang de Nederlandse geschiedschrijving en maakte veel indruk op het Nederlandse volk, behalve op Frits. Zijn kritiek op het werk van dr. Loe de Jong achtervolgde mij en leidde mij tenslotte naar mijn conclusie, dat het werk van dr. Loe de Jong en de geschiedenis van de OD onbetrouwbaar zijn als naslagwerk voor Frits zijn verzetsverhaal.

Na 75 jaar wordt het tijd Frits en zijn verzetsvrienden te rehabiliteren. Dankzij Frits zijn nagelaten authentieke bronnen was een reconstructie mogelijk al blijft veel verzetswerk voor altijd onbekend. Een prangende vraag blijft onbeantwoord. Zweeg Frits van nature of werd hem het zwijgen opgelegd?

Deel deze post

Comments (2)

  • zo zie je maar weer de macht van de “hoge heren”.

    Lisette Janssen
    Beantwoorden
    • Herkenbaar. Bedankt voor je reactie.

      bm van der schrieck
      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Voer een zoekterm in en druk op Enter om te zoeken

Winkelmand